frigiditeit
zelfstandig naamwoordBetekenis
- geslachtelijke koelheid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| frigiditeiten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘seksuele ongevoeligheid van vrouwen’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van frigiditeit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| frigiditeiten | meervoud | frigiditeit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van frigiditeit zijn vastgelegd.