frankeren
werkwoordBetekenis
- porto betalen als afzender door een postzegel op het poststuk te plakken
Vervoeging van frankeren
frankerenhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘porto betalen’ voor het eerst aangetroffen in 1729
Woordfamilie van frankeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| frankeer | woordvorm | frankeren |
| frankeerde | woordvorm | frankeren |
| frankeerden | woordvorm | frankeren |
| frankeert | woordvorm | frankeren |
| frankerend | woordvorm | frankeren |
| frankerende | woordvorm | frankeren |
| gefrankeerd | woordvorm | frankeren |
| gefrankeerde | woordvorm | frankeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van frankeren zijn vastgelegd.