fragmentarisch
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- incompleet, uit onsamenhangende brokstukken bestaand
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fragmentarische | verbogen, stellende trap |
| fragmentarischer | onverbogen, vergrotende trap |
| fragmentarischere | verbogen, vergrotende trap |
| fragmentarischers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘uit brokstukken bestaand’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van fragmentarisch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fragmentarische | verbogen vorm | fragmentarisch |
| fragmentarischer | vergrotende trap | fragmentarisch |
| fragmentarischere | verbogen vergrotende trap | fragmentarisch |
| fragmentarischers | partitieve vergrotende trap | fragmentarisch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fragmentarisch zijn vastgelegd.