fonisch
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- betrekking hebbend op de klanken van de spraak
- betrekking hebbend op de klanken van de muziek
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fonische | verbogen, stellende trap |
| fonischer | onverbogen, vergrotende trap |
| fonischere | verbogen, vergrotende trap |
| fonischers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
afleiding van foon met het achtervoegsel -isch
Woordfamilie van fonisch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fonische | verbogen vorm | fonisch |
| fonischer | vergrotende trap | fonisch |
| fonischere | verbogen vergrotende trap | fonisch |
| fonischers | partitieve vergrotende trap | fonisch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fonisch zijn vastgelegd.