fiche
zelfstandig naamwoord ˈfiʃəBetekenis
- geld vervangend (plastic) schijfje dat geld vervangt bij spelen
- een kaart van een kaartenbak
- chip
- formulier
- systeemkaart,
- scharnierpen, fits 1, pen 4, stift, spie
- stekker
- voegijzer
- twintig
Hoe spreek je fiche uit?
/ˈfiʃə/
Fiche bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| i | riet |
| ʃ | sjaal |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fiches | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘speelmerkje, kaart uit kaartsysteem’ voor het eerst aangetroffen in 1735
Woordfamilie van fiche
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fiches | meervoud | fiche |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fiche zijn vastgelegd.