feniks
zelfstandig naamwoord ˈfenɪksBetekenis
- fabeldier, een vogel die zich om de vijf eeuwen verbrandde en dan verjongd uit zijn as verrees
Hoe spreek je feniks uit?
/ˈfenɪks/
Feniks bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| e | veel |
| n | nek |
| ɪ | pit |
| k | kat |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| feniksen | meervoud |
Herkomst
via Middelnederlands venix en Latijn phoenix en van Oudgrieks φοῖνιξ (foinix), in de betekenis van ‘mythische vogel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1301
Woordfamilie van feniks
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| feniksen | meervoud | feniks |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van feniks zijn vastgelegd.