favoriet
bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- het meest prettige
- geacht de winnaar te zullen worden
- iemand die je beter vindt dan de anderen
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| favoriete | verbogen, stellende trap |
| favorieter | onverbogen, vergrotende trap |
| favorietere | verbogen, vergrotende trap |
| favorieters | partitief, vergrotende trap |
| favoriets | partitief, stellende trap |
| favorietst | onverbogen, overtreffende trap |
| favorietste | verbogen, overtreffende trap |
zelfstandig naamwoord — masculine
- persoon die je beter vindt dan de anderen; persoon de geprefereerd wordt boven anderen
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘gunsteling’ voor het eerst aangetroffen in 1650
Woordfamilie van favoriet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| favoriete | verbogen vorm | favoriet |
| favorieten | meervoud | favoriet |
| favorieter | vergrotende trap | favoriet |
| favorietere | verbogen vergrotende trap | favoriet |
| favorieters | partitieve vergrotende trap | favoriet |
| favorietje | woordvorm | favoriet |
| favorietjes | meervoud | favoriet |
| favoriets | partitive, positive | favoriet |
| favorietst | uninflected, superlative | favoriet |
| favorietste | inflected, superlative | favoriet |
| favorietes | meervoud | favoriete |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van favoriet zijn vastgelegd.