fatsoensrakker
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die zijn normen en waarden aan anderen wil opleggen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fatsoensrakkers | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘zedenmeester’ voor het eerst aangetroffen in 1935
Woordfamilie van fatsoensrakker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fatsoensrakkers | meervoud | fatsoensrakker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fatsoensrakker zijn vastgelegd.