farmaceut
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die beroepsmatig geneesmiddelen bereidt en verkoopt
- farmaciestudent
zelfstandig naamwoord — masculine
- bedrijf dat medicamenten maakt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| farmaceuten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘apotheker’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847
Woordfamilie van farmaceut
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| farmaceuten | meervoud | farmaceut |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van farmaceut zijn vastgelegd.