extraneus
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die aan een universiteit of hogeschool examens kan afleggen maar geen hoorcolleges of practica mag volgen of begeleiding ontvangt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| extranei | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘examenstudent’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1819
Woordfamilie van extraneus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| extranei | meervoud | extraneus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van extraneus zijn vastgelegd.