examentijd
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de tijd van het jaar dat vele examens gehouden worden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| examentijden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van examen en tijd
Woordfamilie van examentijd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| examentijden | meervoud | examentijd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van examentijd zijn vastgelegd.