eunuch
zelfstandig naamwoordBetekenis
- gecastreerde bewaker van een harem
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| eunuchen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘ontmande (als vrouwenoppasser in harem)’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1615
Woordfamilie van eunuch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| eunuchen | meervoud | eunuch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van eunuch zijn vastgelegd.