equalizer
zelfstandig naamwoord 'ikwəlɑjzərBetekenis
- een geluidstechnisch apparaat dat een of meer frequentiegebieden (banden) van het signaal versterkt of verzwakt, opdat de balans tussen de banden, en dus het timbre, naar wens kan worden aangepast
Hoe spreek je equalizer uit?
/ˈikwəlɑjzər/
Equalizer bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| i | riet |
| k | kat |
| w | quiz |
| ə | de |
| l | land |
| ɑ | bad |
| j | ja |
| z | zon |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| equalizers | meervoud |
Herkomst
uit het Engels
Woordfamilie van equalizer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| equalizers | meervoud | equalizer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van equalizer zijn vastgelegd.