elders
bijwoord, zelfstandig naamwoord ˈɛldərsBetekenis
- ergens anders, in een andere plaats, op een andere plaats
Hoe spreek je elders uit?
/ˈɛldərs/
Elders bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɛ | bed |
| l | land |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord elder
Herkomst
erfwoord Ontstaan uit ouder elre (met bijwoordelijke achtervoegsel -s, vergelijk anders), uit Germaans *aljar “naar elders”, verwant aan Gotisch aljar “elders”, Oudsaksisch ellior, Angelsaksisch ellor “naar elders”.