elastisch
bijvoeglijk naamwoord eˈlɑstisBetekenis
- rekbaar.
- elastieken
Hoe spreek je elastisch uit?
/eˈlɑstis/
Elastisch bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| e | veel |
| l | land |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| t | tak |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijvoeglijk naamwoord
- rekbaar
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| elastische | verbogen, stellende trap |
| elastischer | onverbogen, vergrotende trap |
| elastischere | verbogen, vergrotende trap |
| elastischers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
afgeleid van elastiek met het achtervoegsel -isch
Woordfamilie van elastisch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| elastische | verbogen vorm | elastisch |
| elastischer | vergrotende trap | elastisch |
| elastischere | verbogen vergrotende trap | elastisch |
| elastischers | partitieve vergrotende trap | elastisch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van elastisch zijn vastgelegd.