eentalig
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- met maar één taal
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| eentalige | verbogen, stellende trap |
| eentaligs | partitief, stellende trap |
Herkomst
Samenstellende afleiding van een en taal met het achtervoegsel -ig
Woordfamilie van eentalig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| eentalige | verbogen vorm | eentalig |
| eentaligs | partitive, positive | eentalig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van eentalig zijn vastgelegd.