ebben
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, werkwoordBetekenis
- het zwarte en zware hout van een ebbenboom, behorende tot één uit een aantal tropische soorten uit het geslacht )
- vervaardigd van ebbenhout
- geleidelijk wegvloeien, met name onder invloed van de getijden
zelfstandig naamwoord — neuter
- het zwarte en zware hout van een ebbenboom, behorende tot één uit een aantal tropische soorten uit het geslacht Diospyros (familie Ebenaceae)
Vervoeging van ebben
ebbenhele werkwoord
Herkomst
zn: zie etymologie van ebbenhout
Woordfamilie van ebben
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ebbend | woordvorm | ebben |
| ebbende | woordvorm | ebben |
| ebde | woordvorm | ebben |
| ebden | woordvorm | ebben |
| ebt | woordvorm | ebben |
| geëbd | woordvorm | ebben |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ebben zijn vastgelegd.