dwangbevel
zelfstandig naamwoord 'dwɑŋbəvɛlBetekenis
- een namens de overheid uitgevaardigd schriftelijk bevel, gericht aan een persoon of rechtspersoon. Door dat 'bevel' verkrijgt het betreffende overheidsorgaan de mogelijkheid om een geldsom bij de betrokken persoon te incasseren.
Hoe spreek je dwangbevel uit?
/ˈdwɑŋbəvɛl/
Dwangbevel bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| w | quiz |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| b | bak |
| ə | de |
| v | vis |
| ɛ | bed |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dwangbevelen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van dwang en bevel
Woordfamilie van dwangbevel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dwangbevelen | meervoud | dwangbevel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dwangbevel zijn vastgelegd.