dupe
zelfstandig naamwoord /ˈdypə/Betekenis
- benadeelde door andermans opzet of nalaten
- slachtoffer
- sukkel, bedrogene
Hoe spreek je dupe uit?
/ˈdypə/
Dupe bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| y | fuut |
| p | pak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dupes | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bedrogene’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1697
Woordfamilie van dupe
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dupes | meervoud | dupe |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dupe zijn vastgelegd.