drive
zelfstandig naamwoord drɑjfBetekenis
- snelle, horizontale slag die laag over het net gespeeld wordt
- motivatie om iets te doen
- (harde) schijf of gelijkwaardige geheugenunit
- rijden
- drijven (iets of iemand voor zich uit doen bewegen)
- (Frankrijk) een voorziening van een supermarkt, restaurant, waar men een op internet opgegeven bestelling op een afgesproken tijdstip en plaats zelf kan ophalen (al dan niet met de auto)
- (Frankrijk) een voorziening van een supermarkt, restaurant, waar men de opgegeven bestelling in de auto kan meenemen zonder de parkeerplaats te hoeven verlaten.
Hoe spreek je drive uit?
/drɑjf/
Drive bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| j | ja |
| f | fiets |
zelfstandig naamwoord — masculine
- schijf of gelijkwaardige geheugenunit
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| drives | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘bridgewedstrijd’ voor het eerst aangetroffen in 1936
Woordfamilie van drive
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| drives | meervoud | drive |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van drive zijn vastgelegd.