doorkijken
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- vluchtig beoordelen
- door iets heen kijken
Vervoeging van doorkijken
doorkijkenhele werkwoord — doorgekekenvoltooid deelwoord
Alle 3 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| doorgekeken | verleden tijd, deelwoord |
| dóórkijken | canonical |
| keek door | verleden tijd |
werkwoord
- geheel en al bekijken, doorzien transitive
Vervoeging van doorkijken
doorkijkenhele werkwoord — doorkekenvoltooid deelwoord
Alle 3 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| doorkeek | verleden tijd |
| doorkeken | verleden tijd, deelwoord |
| doorkíjken | canonical |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord doorkijk
Herkomst
samenstelling van door en kijken
Woordfamilie van doorkijken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doorgekeken | voltooid deelwoord | doorkijken |
| doorkeek | verleden tijd | doorkijken |
| doorkeken | voltooid deelwoord | doorkijken |
| doorkijke | with-subordinate-clause | doorkijken |
| doorkijkend | woordvorm | doorkijken |
| doorkijkende | woordvorm | doorkijken |
| doorkijkt | with-subordinate-clause | doorkijken |
| keek door | verleden tijd | doorkijken |
| keken door | woordvorm | doorkijken |
| kijk door | woordvorm | doorkijken |
| kijke door | woordvorm | doorkijken |
| kijken door | woordvorm | doorkijken |
| kijkt door | woordvorm | doorkijken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorkijken zijn vastgelegd.