donders
bijvoeglijk naamwoord, bijwoord, tussenwerpsel, zelfstandig naamwoord 'dɔndərsBetekenis
- lastig, vervelend
- uitroep om heftige verontwaardiging te uiten
Hoe spreek je donders uit?
/ˈdɔndərs/
Donders bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| ə | de |
| r | rood |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| donderse | verbogen, stellende trap |
bijwoord
- erg bw, heel bw, zeer bw vulgar
tussenwerpsel
- uitroep van heftige ontsteltenis of verontwaardiging vulgar
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord donder
Herkomst
In de betekenis van ‘tussenwerpsel: krachtterm’ voor het eerst aangetroffen in 1713
Woordfamilie van donders
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| donderse | verbogen vorm | donders |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van donders zijn vastgelegd.