doldraaien
werkwoordBetekenis
- kapot draaien van een schroefdraad
- op een wilde manier gek worden; plotseling zeer onrustig worden
werkwoord
- kapot draaien of laten draaien van een schroefdraad intransitive, transitive
- op een wilde/onbehouwen/onbesuisde manier buiten zinnen raken; plotseling zeer onrustig worden intransitive
Vervoeging van doldraaien
doldraaienhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van dol bw en draaien ww
Woordfamilie van doldraaien
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doldraai | with-subordinate-clause | doldraaien |
| doldraaide | with-subordinate-clause | doldraaien |
| doldraaiden | with-subordinate-clause | doldraaien |
| doldraaie | with-subordinate-clause | doldraaien |
| doldraaiend | woordvorm | doldraaien |
| doldraaiende | woordvorm | doldraaien |
| doldraait | with-subordinate-clause | doldraaien |
| draai dol | woordvorm | doldraaien |
| draaide dol | woordvorm | doldraaien |
| draaiden dol | woordvorm | doldraaien |
| draaie dol | woordvorm | doldraaien |
| draaien dol | woordvorm | doldraaien |
| draait dol | woordvorm | doldraaien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doldraaien zijn vastgelegd.