doe-het-zelven
werkwoord ˌduətˈsɛlvə(n)Betekenis
- iets zelf construeren in plaats van het over te laten aan mensen die dat als beroep doen
- iets doen op een manier waarbij beroepsmatige hulp niet langer of veel minder nodig is
Hoe spreek je doe-het-zelven uit?
/ˌduətˈsɛlvən/
Doe-het-zelven bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| u | boek |
| ə | de |
| t | tak |
| s | sok |
| ɛ | bed |
| l | land |
| v | vis |
| n | nek |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van doe-het-zelven
doe-het-zelvenhele werkwoord — -voltooid deelwoord
Alle 2 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | verleden tijd |
| - | verleden tijd, deelwoord |
Herkomst
leenvertaling van Engels do it yourself ww aangetroffen vanaf 1962 (zie vindplaats hieronder)
Woordfamilie van doe-het-zelven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doe-het-zelvend | woordvorm | doe-het-zelven |
| doe-het-zelvende | woordvorm | doe-het-zelven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doe-het-zelven zijn vastgelegd.