dioptrie
zelfstandig naamwoord dijɔp'triBetekenis
- eenheid waarin de sterkte van lenzen en spiegels wordt uitgedrukt (het omgekeerde van de brandpuntsafstand f)
Hoe spreek je dioptrie uit?
/dijɔpˈtri/
Dioptrie bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| i | riet |
| j | ja |
| ɔ | bot |
| p | pak |
| t | tak |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dioptrieën | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘eenheid van sterkte van lenzen’ voor het eerst aangetroffen in 1912
Woordfamilie van dioptrie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dioptrieën | meervoud | dioptrie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dioptrie zijn vastgelegd.