dijkval
zelfstandig naamwoord 'dɛɪkfɑlBetekenis
- het verschijnsel waarbij een dijk inzakt en in de stroomgeul verdwijnt
Hoe spreek je dijkval uit?
/ˈdɛikfɑl/
Dijkval bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɛi | trein |
| k | kat |
| f | fiets |
| ɑ | bad |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- het verschijnsel waarbij door verdieping van de vooroever, in combinatie met losgepakt zand in de ondergrond, een dijk inzakt en in de stroomgeul verdwijnt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dijkvallen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van dijk zn en val zn
Woordfamilie van dijkval
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dijkvallen | meervoud | dijkval |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dijkval zijn vastgelegd.