dichtheid
zelfstandig naamwoord ˈdɪxthɛitBetekenis
- (maatschappelijk); compactheid
- grootheid voor aantal eenheden per lengte, oppervlak of inhoud
- het dicht zijn (d.w.z. zonder gaten) zoals bij kierdichtheid
Hoe spreek je dichtheid uit?
/ˈdɪxthɛit/
Dichtheid bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɪ | pit |
| x | acht |
| t | tak |
| h | hoed |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- ; compactheid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dichtheden | meervoud |
Herkomst
Afgeleid van dicht met het achtervoegsel -heid.
Woordfamilie van dichtheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dichtheden | meervoud | dichtheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dichtheid zijn vastgelegd.