diaspora
zelfstandig naamwoord /diˈjaspora/Betekenis
- grootschalige verspreiding van een volk over verschillende ver van elkaar af liggende landen
- tussen andersdenkenden verspreid raken van leden van een geloofsgemeenschap
Hoe spreek je diaspora uit?
/diˈjaspora/
Diaspora bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| i | riet |
| j | ja |
| a | maan |
| s | sok |
| p | pak |
| o | boot |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| diaspora's | meervoud |
Herkomst
van Oudgrieks διασπορά (diasporá) "verstrooiing", in de betekenis van ‘verstrooiing buiten de landsgrenzen’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van diaspora
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| diaspora's | meervoud | diaspora |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van diaspora zijn vastgelegd.