de-woord
zelfstandig naamwoord ˈdəwortBetekenis
- zelfstandige naamwoord waarvoor 'de' als bepaald lidwoord wordt gebruikt en dat dus een mannelijk en/of vrouwelijk woordgeslacht heeft
Hoe spreek je de-woord uit?
/ˈdəwort/
De-woord bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ə | de |
| w | quiz |
| o | boot |
| r | rood |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- zelfstandige naamwoord waarvoor "de" als bepaald lidwoord wordt gebruikt en dat dus een mannelijk en/of vrouwelijk woordgeslacht heeft
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| de-woorden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van de lw en woord zn , gespeld met een koppelteken volgens spellingregel 6.I onder (5)
Woordfamilie van de-woord
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| de-woorden | meervoud | de-woord |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van de-woord zijn vastgelegd.