dagticket
zelfstandig naamwoord /ˈdɑxtɪkət/Betekenis
- kaartje dat één dag geldig is (in vergelijking met een kaartje dat voor een langere periode geldig is)
Hoe spreek je dagticket uit?
/ˈdɑxtɪkət/
Dagticket bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| ɪ | pit |
| k | kat |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dagtickets | meervoud |
Herkomst
samenstelling van dag zn en ticket zn
Woordfamilie van dagticket
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dagtickets | meervoud | dagticket |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dagticket zijn vastgelegd.