dagopvang
zelfstandig naamwoord 'dɑxɔpfɑŋBetekenis
- opvang overdag, vooral van kinderen of senioren, in speciaal daarvoor ingerichte ruimtes
Hoe spreek je dagopvang uit?
/ˈdɑxɔpfɑŋ/
Dagopvang bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| ɔ | bot |
| p | pak |
| f | fiets |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dagopvangen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van dag en opvang
Woordfamilie van dagopvang
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dagopvangen | meervoud | dagopvang |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dagopvang zijn vastgelegd.