dagcursus
zelfstandig naamwoord ˈdɑxkʏrzʏsBetekenis
- opleiding of reeks lessen die overdag kan worden gevolgd
- opleiding die in één dag kan worden gevolgd
Hoe spreek je dagcursus uit?
/ˈdɑxkʏrzʏs/
Dagcursus bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| k | kat |
| ʏ | put |
| r | rood |
| z | zon |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dagcursussen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van dag zn en cursus zn
Woordfamilie van dagcursus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dagcursussen | meervoud | dagcursus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dagcursus zijn vastgelegd.