cultuurwethouder
zelfstandig naamwoord kʏlˈtyrwɛthɑudərBetekenis
- door de gemeenteraad gekozen lid van het dagelijks bestuur van een gemeente dat verantwoordelijk is voor het beleid rond kunst en erfgoed
Hoe spreek je cultuurwethouder uit?
/kʏlˈtyrwɛthɑudər/
Cultuurwethouder bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ʏ | put |
| l | land |
| t | tak |
| y | fuut |
| r | rood |
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| h | hoed |
| ɑu | koud |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| cultuurwethouders | meervoud |
Herkomst
samenstelling van cultuur zn en wethouder zn , in de betekenis "gemeentebestuurder belast met cultuurbeleid" aangetroffen vanaf 1932 (zie vindplaats hieronder)
Woordfamilie van cultuurwethouder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| cultuurwethouders | meervoud | cultuurwethouder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cultuurwethouder zijn vastgelegd.