concertino
zelfstandig naamwoordBetekenis
- klein concert, instrumentaal muziekstuk
- kleine groep van instrumenten of hun bespelers die in een concerto grosso solistisch optreedt tegenover het grotere orkest
- concertmeester
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| concertino's | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘klein concert’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van concertino
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| concertino's | meervoud | concertino |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van concertino zijn vastgelegd.