compiler
zelfstandig naamwoord kɔm'pɑjlərBetekenis
- computerprogramma dat een in een brontaal geschreven programma (broncode) vertaalt in een semantisch equivalent programma in een doeltaal (objectcode) (en meestal tegelijk met andere programma´s 'linkt')
- compileren
Hoe spreek je compiler uit?
/kɔmˈpɑjlər/
Compiler bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| m | maan |
| p | pak |
| ɑ | bad |
| j | ja |
| l | land |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| compilers | meervoud |
Herkomst
afgeleid van het Engelse 'compiler' (met het voorvoegsel com-)
Woordfamilie van compiler
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| compilers | meervoud | compiler |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van compiler zijn vastgelegd.