cohabitatie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- geslachtsgemeenschap
- (onwettige, ongehuwde of buitenechtelijke) samenwoning
- door de nood gedwongen samenwerking tussen twee onwaarschijnlijke partners
zelfstandig naamwoord
- samenwoning
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| cohabitaties | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘paring’ voor het eerst aangetroffen in 1650
Woordfamilie van cohabitatie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| cohabitaties | meervoud | cohabitatie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cohabitatie zijn vastgelegd.