clematis
zelfstandig naamwoord kle'matɪsBetekenis
- klimplant uit de ranonkel familie met veel bloemen
clematis in een zin
- Tegen de schutting groeit een paarse clematis.
- De clematis bloeit dit jaar veel uitbundiger.
- In de tuin staan twee clematissen naast elkaar.
Let op: In het meervoud verdubbelt de s: clematissen.
Hoe spreek je clematis uit?
/kleˈmatɪs/
Clematis bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| l | land |
| e | veel |
| m | maan |
| a | maan |
| t | tak |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een geslacht Clematis van lianen en overblijvende kruiden uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae) met veel bloemen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| clematissen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘klimplantengeslacht’ voor het eerst aangetroffen in 1608
Woordfamilie van clematis
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| clematissen | meervoud | clematis |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van clematis zijn vastgelegd.