chrono
zelfstandig naamwoord /ˈkrono/Betekenis
- uurwerk dat precies laat zien hoeveel tijd tussen aan- en uitzetten is verlopen
- tijdsduur waarin een bepaalde prestatie is geleverd
- wedstrijd waarbij deelnemers afzonderlijk na elkaar starten en proberen een parcours in de snelste tijd af te leggen
- geklokte tijd op de stopwatch
Hoe spreek je chrono uit?
/ˈkrono/
Chrono bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| r | rood |
| o | boot |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| chrono's | meervoud |
Herkomst
van Frans chrono **[1] op te vatten als een verkorting van chronomètre "chronometer", eigenlijk de benaming voor een heel nauwkeurig uurwerk **[2] uit betekenis [1], vanwege het gebruik van stopwatches bij sportwedstrijden **[3] uit betekenis [2], omdat het bij deze wedstrijdvorm om de gerealiseerde tijd gaat zodat de race voor het oog niet tegen andere renners, maar "tegen de chrono" wordt gereden
Woordfamilie van chrono
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| chrono's | meervoud | chrono |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van chrono zijn vastgelegd.