chrisma
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een mengsel van olijfolie en balsem en in de Katholieke Kerk één van de drie heilige oliën
zelfstandig naamwoord — neuter
- een mengsel van olijfolie en balsem en in de Katholieke Kerk een van de drie heilige oliën
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| chrismata | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘zalfolie, zalving’ voor het eerst aangetroffen in 1601
Woordfamilie van chrisma
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| chrismata | meervoud | chrisma |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van chrisma zijn vastgelegd.