chateaubriand
zelfstandig naamwoordBetekenis
- biefstuk van ossenhaas
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| chateaubriands | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘biefstuk van ossenhaas’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1910
Woordfamilie van chateaubriand
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| chateaubriands | meervoud | chateaubriand |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van chateaubriand zijn vastgelegd.