catwalk
zelfstandig naamwoord ˈkɛtwɔːkBetekenis
- langgerekt smal podium met aan weerszijden publiek, zoals die waarop mannequins kleding showen
- smalle loopplank langs een machine of in een constructie
- hoge loopbrug boven het podium of in een opnamestudio waar theatertechnici gebruik van kunnen maken
- smalle verbinding om van voren of achteren op de brug van een schip te komen
- hoge loopbrug boven het podium of in een opnamestudio
- langgerekt smal podium met aan weerszijden publiek
Hoe spreek je catwalk uit?
/ˈkɛtwɔk/
Catwalk bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| w | quiz |
| ɔ | bot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| catwalks | meervoud |
Herkomst
van Engels catwalk **[1] in de betekenis van ‘nauwe loopbrug voor modeshows’ voor het eerst aangetroffen in 1984
Woordfamilie van catwalk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| catwalks | meervoud | catwalk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van catwalk zijn vastgelegd.