buzzer
zelfstandig naamwoord ˈbʏzərBetekenis
- apparaatje dat trilt als je het belt en door nummercodes een bericht kan ontvangen, het apparaat is vervangen door de mobiele telefoon
- zich snel verbreiden (van nieuws)
Hoe spreek je buzzer uit?
/ˈbʏzər/
Buzzer bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ʏ | put |
| z | zon |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- iemand die mond-tot-mondreclame maakt
- iemand die de aandacht op zich wil vestigen, een aandachttrekker
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| buzzers | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘zoemer’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1976
Woordfamilie van buzzer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| buzzers | meervoud | buzzer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van buzzer zijn vastgelegd.