buurpraatje
zelfstandig naamwoord ˈbyrpracəBetekenis
- gemoedelijk gesprek zoals tussen bewoners van bij elkaar gelegen woningen
- type pamflet waarin een zogenaamd gesprek tussen buren wordt gebruikt om politieke kritiek te uiten
Hoe spreek je buurpraatje uit?
/ˈbyrpracə/
Buurpraatje bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| y | fuut |
| r | rood |
| p | pak |
| a | maan |
| c | tientje |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| buurpraatjes | meervoud |
Herkomst
alleen verkleinwoord; samenstelling van buur zn en praatje zn
Woordfamilie van buurpraatje
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| buurpraatjes | meervoud | buurpraatje |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van buurpraatje zijn vastgelegd.