bungeejumping
zelfstandig naamwoord ˈbʏndʒiˌdʒʏmpɪŋBetekenis
- het aan een elastieken koord van grote hoogte naar beneden springen van een persoon, iets heel gevaarlijks doen voor de lol
Hoe spreek je bungeejumping uit?
/ˈbʏndʒiˌdʒʏmpɪŋ/
Bungeejumping bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ʏ | put |
| n | nek |
| d | dak |
| ʒ | journaal |
| i | riet |
| m | maan |
| p | pak |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord
- vermaak waarbij je aan een elastieken koord van grote hoogte naar beneden springt om iets spannends te beleven
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bungee jumping |
Herkomst
van Engels bungee jumping, op te vatten als naamwoord van handeling van bungeejumpen met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van bungeejumping
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bungee jumping | woordvorm | bungeejumping |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bungeejumping zijn vastgelegd.