bouwstop
zelfstandig naamwoord 'bɔustɔpBetekenis
- het (tijdelijk) staken van de bouwactiviteiten van een bouwwerk dat nog niet voltooid is
Hoe spreek je bouwstop uit?
/ˈbɔustɔp/
Bouwstop bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɔ | bot |
| u | boek |
| s | sok |
| t | tak |
| p | pak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bouwstops | meervoud |
Herkomst
samenstelling van bouwen ww en stop zn
Woordfamilie van bouwstop
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bouwstops | meervoud | bouwstop |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bouwstop zijn vastgelegd.