bouwdeel
zelfstandig naamwoord 'bɔudelBetekenis
- duidelijk afscheidbaar onderdeel van een gebouwencomplex
Hoe spreek je bouwdeel uit?
/ˈbɔudel/
Bouwdeel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɔ | bot |
| u | boek |
| d | dak |
| e | veel |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bouwdelen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van bouwen ww en deel zn
Woordfamilie van bouwdeel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bouwdelen | meervoud | bouwdeel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bouwdeel zijn vastgelegd.