bosrank
zelfstandig naamwoord ˈbɔsrɑŋkBetekenis
- een vaste plant uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
Hoe spreek je bosrank uit?
/ˈbɔsrɑŋk/
Bosrank bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɔ | bot |
| s | sok |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- Clematis vitalba een vaste plant uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae) De bosrank is een houtige klimplant die voorkomt in bossen en kreupelhout op kalkhoudende gronden. De stengel kan tot 6 cm dik worden. De lengte kan tot 30 meter bedragen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bosranken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van bos zn en rank zn
Woordfamilie van bosrank
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bosranken | meervoud | bosrank |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bosrank zijn vastgelegd.