bomberjack
zelfstandig naamwoord 'bɔmbərjɛkBetekenis
- een korte, sportieve jas van het type dat oorspronkelijk in de jaren '50 en '60 is ontwikkeld als kleding voor piloten van de Amerikaanse luchtmacht en de Amerikaanse marine
Hoe spreek je bomberjack uit?
/ˈbɔmbərjɛk/
Bomberjack bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɔ | bot |
| m | maan |
| ə | de |
| r | rood |
| j | ja |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bomberjacks | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘bruinleren jack met bontkraag’ voor het eerst aangetroffen in 1989
Woordfamilie van bomberjack
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bomberjacks | meervoud | bomberjack |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bomberjack zijn vastgelegd.