blusgroep
zelfstandig naamwoord 'blʏsxrupBetekenis
- groep van meestal zes brandweerlieden, behorend bij een blusvoertuig en bestaande uit bevelvoerder, chauffeur-pompbediende, waterploeg en aanvalsploeg
Hoe spreek je blusgroep uit?
/ˈblʏsxrup/
Blusgroep bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| l | land |
| ʏ | put |
| s | sok |
| x | acht |
| r | rood |
| u | boek |
| p | pak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| blusgroepen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van blussen ww en groep zn
Woordfamilie van blusgroep
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| blusgroepen | meervoud | blusgroep |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van blusgroep zijn vastgelegd.