blauwkiel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die een blauwe kiel draagt
- Belgische soldaat
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| blauwkielen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van blauw bn en kiel zn
Woordfamilie van blauwkiel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| blauwkielen | meervoud | blauwkiel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van blauwkiel zijn vastgelegd.